Hoi Karina! Zou je kort wat over jezelf kunnen vertellen?

Jazeker! Mijn naam is Karina Heemskerk, ik ben 30 jaar oud en kom uit Nederland. Ik ben fysio- en danstherapeut en daarnaast vrijwilliger voor Pintar en Bolivia. In die hoedanigheid ben ik in augustus voor een maand naar Bolivia afgereisd om in levende lijve mijn steentje bij te kunnen dragen.

 

Wat heb je in die maand allemaal gedaan?

Tijdens mijn verblijf in Bolivia heb ik diverse danstherapieworkshops verzorgd voor verschillende projecten van de Stichting Pintar en Bolivia. Ik heb een workshop gegeven bij project VIEDMA (kinderoncologie) en meerdere workshops bij project MOSOJ (kinderen die ernstig verbrand zijn). Ook heb ik onder andere drie danstherapieworkshops verzorgd in samenwerking met de lokale organisatie TIA. In dit interview zal ik vertellen over de workshops bij TIA. TIA zet zich in voor kinderen die buiten het systeem vallen en helpt hen met het creëren van meer zelfstandigheid en hoop voor een mooiere toekomst om zo hun zelfredzaamheid te vergroten. Vanuit die gedachte heb ik dan ook mijn workshops vormgegeven.

 

Wat hoopte je met jouw workshops te bereiken?

In lijn met de missie van TIA was mijn doel het creëren van poder (kracht) onder de kinderen. Ik wilde dit bereiken door gebruik te maken van verschillende ‘subdoelen’, zoals het voelen van hun eigen kracht, het leren staan en lopen met kracht en het bewust worden van de invloed van de houding op de gevoelsbeleving. Wanneer de kinderen op die manier hun innerlijke kracht beter gaan voelen, raken zij hopelijk geïnspireerd om daadwerkelijk voor zichzelf te gaan staan.

 

Hoe heb je je op de workshops voorbereid?

Tijdens de voorbereiding van de workshops heb ik vooral geprobeerd om een balans te vinden tussen uitdagende oefeningen en het creëren van een veilige omgeving. Met uitdagendere oefeningen kunnen de kinderen enerzijds grotere stappen maken; anderzijds vergen lastigere oefeningen soms meer reeds aanwezige creativiteit, lef en initiatief. Daar lag ook precies de uitdaging voor mij: ik had de kinderen nog nooit gezien en wist dan ook niet precies wat ik van ze kon verwachten.

Tijdens mijn werk is mijn insteek vaak om mijn patiënten een aantal opties te geven, waar ze vervolgens zelf, met hun eigen creativiteit, mee aan de slag kunnen gaan. Op die manier gaan zij zelf denken, voelen en beleven. Ze kunnen zich dan verbeelden dat ze sterker zijn dan het geval is – tot ze op een gegeven moment ook daadwerkelijk sterker worden en zo ergens naartoe groeien.

De kinderen waar ik mee te maken zou krijgen, kwamen echter uit een zeer onveilige omgeving, die niet te vergelijken was met de omstandigheden waaronder de meeste kinderen in Nederland opgroeien. De kinderen zijn  vaak‘ontworteld’, zonder hun ouders en hun eigen spullen en ruimte. Bovendien heeft een groot deel van hen ondanks hun korte leven al te maken gehad met seksueel misbruik, iets wat tragisch genoeg soms in de weeshuizen voort blijft duren. Ik wilde er tijdens de workshops dus zoveel mogelijk uithalen, maar wist tegelijkertijd dat ik de aanwezigheid van een (groot) gevoel van innerlijke veiligheid of kracht bij de kinderen geen gegeven zou zijn. Dat betekende dat ik voorzichtig te werk zou moeten gaan.

 

En toen was de eerste workshop plotseling daar… Hoe verliep die?

Mijn eerste workshop hield ik – samen met Lisan – voor een groep van veertig tienermeisjes die slachtoffer zijn geworden van verkrachting en daar tevens zwanger van zijn geraakt. Ondanks dat ik met veel rekening had gehouden, bleken mijn verwachtingen de werkelijkheid toch te overtreffen. De meisjes waren erg afwachtend, waardoor de workshop traag verliep. Daarom heb ik na de eerste workshop samen met Lisan besloten de boel om te gooien: de oefeningen moesten gemakkelijker, sneller en concreter.

 

Hoe ging de tweede workshop na deze aanpassingen?

De tweede workshop was een stukje kleiner en bestond uit zowel jongens als meisjes, waartussen helaas direct een tweedeling ontstond. Desalniettemin ging deze workshop zeker al beter dan de eerste. De oefening waarbij de kinderen ‘in de lucht vochten’was concreter en bracht hen goed in beweging, waardoor ze beter hun eigen kracht konden ervaren. Daarnaast gingen we tegen elkaar aan duwen om naast de eigen kracht ook de noodzaak om te aarden te voelen. Ondanks het feit dat de kinderen niet allemaal even geconcentreerd waren, werkte dit goed. Na verloop van tijd kon je merken dat ze het verschil doorkregen tussen het duwen met alleen de armen en het duwen met het hele lichaam en zo meer kracht kregen. Een van de meisjes deed zelfs haar ogen dicht om te voelen wat er allemaal in haar lichaam gebeurde. Dat was mooi om te zien!

 

En toen? Driemaal is scheepsrecht?

Na twee workshops waren Lisan en ik compleet uitgeblust. Tijdens onze pauze besloten we een kijkje te nemen bij de Zumba-workshop die toen bezig was. Ik was even bang dat het aan ons lag, maar ook de drie Zumba-dames stuitten op terughoudendheid en moesten er hard aan trekken om de kinderen te enthousiasmeren. Hoewel, toegegeven, ermee ophouden wel eventjes door mijn hoofd was geschoten, wilde ik toch nog één keer alles geven. Ik besloot gewoon lol te maken en nog sneller en energieker te werk te gaan – en dat hielp! Tijdens de pose de poder (powerpose) en het luchtvechten hebben we werkelijk gezamenlijk staan schrééuwen!

Prachtig om te zien was dat een jongen met een ontwikkelingsachterstand met alles voor de volle honderd procent meedeed en de hele groep mee wist te nemen in zijn enthousiasme. Kers op de taart vormde de oefening waarbij we in een haag gingen staan en beurtelings één kind met zoveel mogelijk poder daar doorheen moest lopen. Toen dezelfde jongen aan de beurt was, liep hij ontzettend sterk door de groep – de vier kinderen die volgden, liepen daarop ook heel krachtig en zelfs met een grote glimlach op het gezicht. Ik was ontzettend trots op mezelf, maar vooral op de kinderen die zichtbaar zelfverzekerder waren geraakt over hun eigen kracht en kunnen. Missie geslaagd dus!

 

Wat heb jij de kinderen meegegeven?

Ik heb vooral op de kinderen willen overbrengen dat je je krachtig kan voelen, ondanks het feit dat je misschien, gelet op je omstandigheden, niet op een zeer krachtige positie bevindt. Zolang je tevreden bent met jezelf en op jezelf vertrouwt, kun je meer bereiken dan je voor mogelijk houdt!

 

Hoe denk jij dat danstherapie (of een andere vorm van vaktherapie) de kinderen in Bolivia kan helpen?

Ik denk dat vaktherapie een heel belangrijke rol kan spelen in de hulpverlening aan deze kinderen. De focust ligt momenteel voornamelijk op het cognitieve deel van het brein; door middel van vaktherapie wordt juist een heel ander deel van het brein getriggerd. Daarbij kun je al heel snel veel doen en leren, zonder dat je moet begrijpen waar je precies mee bezig bent of wat er allemaal gebeurt. Juist omdat Bolivia een arm land is, met gebrek aan educatie en andere voorzieningen, is het belangrijk om te leren werken met wat wel voorhanden is: je eigen kop, handen en creativiteit! Kinderen kunnen zich zo bewuster worden van hun gevoelens en de ontwikkeling die zij doormaken, waarbij zij leren dat zij in een proces zitten en het toegestaan is fouten te maken. Ik ben ervan overtuigd dat dit grote kracht en verrijking biedt ten opzichte van alleen het trainen van het cognitieve brein.

Tot slot:

https://www.youtube.com/watch?v=JTbYpmvFbIk